Bij Woodteq werken we al vele jaren met natuurlijke isolatiematerialen. In onze houtskeletbouwelementen, in CLT-gevels en in de dichte delen van onze hout-aluminium vliesgevels passen we houtvezel, vlas en andere biobased isolatie toe als vanzelfsprekende keuze. Die ruime ervaring leert ons dat een goede gevel niet alleen gaat over hoe goed hij isoleert, maar ook over hoe lang hij warmte tegenhoudt. Dat heet faseverschuiving.
Wat is faseverschuiving?
Faseverschuiving is de tijd tussen de warmtepiek buiten en de warmtepiek binnen, uitgedrukt in uren. Deze waarde hangt af van de isolatiedikte, de warmteopslagcapaciteit en de dichtheid van het materiaal. Het doel is de warmte zo lang te vertragen dat hij pas binnenkomt als het buiten al is afgekoeld, zodat hij weer naar buiten kan. Een verschuiving van 8 tot 12 uur geldt als optimaal. Daarnaast is de amplitudedemping belangrijk: hoeveel van de temperatuurpiek buiten er binnen nog overblijft.
Waarom juist de gevel?
In meerlaagse woningbouw en utiliteitsbouw is de gevel het grootste deel van de schil. Vooral oost- en westgevels vangen de laagstaande zon vol op. Tegelijk worden gebouwen steeds beter geïsoleerd, waardoor warmte die eenmaal binnen is 's nachts minder goed ontsnapt. Een gevel die de warmte uren vertraagt en de piek dempt, levert dus direct zomercomfort op.
Houtbouw: licht in gewicht, sterk in vertraging
Thermische massa wordt vaak gelijkgesteld aan beton en steen. Hout brengt echter eigen troeven mee. Met houtvezelisolatie kan een lichte houten gevel de warmte van buiten vertragen en dempen alsof het een zwaardere constructie is. Bij CLT helpt het massieve hout daarbij mee: het brengt duidelijk meer warmteopslag in het gebouw dan een licht skelet. Voor woningen kan bovendien, als de TOjuli-eis niet direct wordt gehaald, met een GTO-berekening worden aangetoond dat een gebouw aan maximaal 450 gewogen overschrijdingsuren voldoet. Die dynamische berekening geeft een realistischer beeld van een goed ontworpen houten gevel dan een vereenvoudigde rekenregel.
Wat zegt het internationale onderzoek?
Dat natuurlijke isolatie in een houten gevel meer doet dan isoleren, is ook wetenschappelijk aangetoond. Aan de University of Bath zijn houtskeletpanelen naast elkaar getest in een klimaatkamer, allemaal met precies dezelfde isolatiewaarde. Het ene paneel was geïsoleerd met minerale wol, het andere met houtvezel. Op papier dus gelijk, maar bij wisselende temperaturen kon het paneel met minerale wol de minste warmte opnemen en weer afgeven. De onderzoekers zien juist in die traagheid een middel tegen oververhitting. Aan de Universiteit van Ljubljana is doorgerekend hoe je een houten gevel het beste opbouwt voor de zomer. Natuurlijke isolatie hoorde bij de meest effectieve keuzes, en zo'n gevel presteert het best in een gematigd klimaat zoals het onze. En in Japan is een CLT-kantoor in gebruik gemeten: het massieve hout dempte en vertraagde de temperatuurschommelingen in zowel zomer als winter duidelijk. Wat ons betreft is de conclusie helder: dezelfde Rc-waarde is nog niet dezelfde gevel.
Onze aanpak bij Woodteq
In onze gevelelementen passen we bij voorkeur natuurlijke isolatie toe, in een opbouw die we per project afstemmen op onder meer de brandveiligheidseisen. Dat geeft vertraging en demping in een dampopen gevel. Bij CLT-gevels werkt het massieve hout daarbij als extra buffer. Al in de engineeringsfase rekenen we de opbouw door, zodat we samen met de architect en de EP-adviseur vooraf weten hoe het gebouw zich in de zomer gedraagt. Gecombineerd met slimme zonwering en nachtventilatie ontstaat zo een gevel die het hele jaar comfortabel is, zonder of met nauwelijks koeling.
Wie een gezond gebouw wil, kijkt dus niet alleen naar de Rc-waarde, maar ook naar de tijd. Van nature inspirerend.