Krimp- en zwelgedrag van hout: hoe werkt dat?
Hout is een natuurproduct. Dat maakt het een mooi en duurzaam bouwmateriaal, maar ook gevoelig voor veranderingen in vocht. Hout kan namelijk krimpen en zwellen. Dat hoort bij het materiaal.
Meestal heeft dit geen invloed op de veiligheid van de constructie, maar het kan wel zichtbaar zijn in maatvoering en afwerking. In dit artikel leggen we op een eenvoudige manier uit hoe dit werkt, mét een praktisch rekenvoorbeeld.
Hout en luchtvochtigheid
Hout reageert op de luchtvochtigheid van de omgeving. Dit noemen we hygroscopisch gedrag.
- Bij vochtige lucht neemt hout vocht op en zwelt het.
- Bij droge lucht verliest hout vocht en krimpt het.
Dit proces gaat altijd door en is normaal bij hout.
Wat gebeurt er tijdens de bouw?
Hout wordt meestal geleverd met een houtvochtgehalte van ongeveer 12%. Tijdens de bouw staat de constructie vaak in de buitenlucht en drogen andere materialen, zoals betonvloeren. Hierdoor kan het hout tijdelijk extra vocht opnemen.
In dit voorbeeld gaan we ervan uit dat het houtvochtgehalte stijgt naar 15%.
Van bouwfase naar gebruiksfase
Zodra het gebouw dicht is en wordt verwarmd, daalt de luchtvochtigheid binnen. In een normaal binnenklimaat (ongeveer 21 °C en ±42% relatieve luchtvochtigheid) zien we vaak een houtvochtgehalte van rond de 8%.
Dat betekent dat het hout na de bouwfase weer gaat krimpen.
Wat betekent dit voor de maatvoering?
We nemen als voorbeeld een houten balk met een maat van 400 mm.
Van fabriek naar bouwfase (12% → 15%)
Het verschil in houtvocht is 3%.
- Radiale richting
0,19 × 3 × 400 / 100 ≈ 2,28 mm
- Tangentiale richting
0,34 × 3 × 400 / 100 ≈ 4,08 mm
Tijdens de bouw kan de balk in tangentiale richting dus groeien van 400 mm naar ongeveer 404 mm.
Van bouwfase naar gebruikssituatie (15% → 8%)
Het verschil in houtvocht is 7%.
- Radiale richting
0,19 × 7 × 400 / 100 ≈ 5,32 mm
- Tangentiale richting
0,34 × 7 × 400 / 100 ≈ 9,52 mm
Wanneer het gebouw in gebruik is en wordt verwarmd, krimpt de balk weer. De maat kan dan afnemen van ongeveer 404 mm naar circa 394–395 mm (tangentiaal). Het verschil tussen het moment van monteren en de uiteindelijke gebruikssituatie kan in dit voorbeeld oplopen tot ongeveer 10 mm.
In gebruik: stabieler gedrag
In de gebruiksfase blijven temperatuur en luchtvochtigheid schommelen, maar veel minder dan tijdens de bouw. Daardoor worden de maatveranderingen kleiner.
Het krimp- en zwelgedrag blijft aanwezig, maar binnen kleinere en beter voorspelbare marges.
Belangrijk aandachtspunt in ontwerp en uitvoering
Bij meerdere houten onderdelen naast of boven elkaar kunnen maatveranderingen zich optellen. Dit is vooral belangrijk bij:
- detaillering,
- aansluitingen,
- zichtwerk en afwerking.
Zorg daarom altijd voor voldoende voeg- en spelingruimte. Zo voorkom je spanningen, scheurvorming of ongewenste maatverschillen in het eindresultaat.